Moslims die buiten de islamitische landen wonen, moeten zich concentreren op de participatie binnen hun eigen samenleving, in plaats van te speculeren over de invoering van de shari’a aldaar. Dit is de uitkomst van een juridische studie over moslim-minderheiden in het Westen, gedaan te Cairo. Het onderzoek verscheen afgelopen week in opdracht van de Egyptische Hoge Raad van Islamitische Zaken. In de Arabische krant Asharq Al Awsat, die in Londen verschijnt, lichtte dr. Mohamed Shahet El Jundi, docent bij Al-Azhar Universiteit te Cairo, de studie toe. Het onderzoek is in eerste instantie opgesteld om de vragen van moslims die in niet- islamitische landen wonen, te beantwoorden. El Jundi betoogde dat zijn studie geheel gebaseerd is de op islamitische fundamenten en religieuze adviezen (fikh). De studie probeert de antwoorden op enkele van de prangende vragen vanuit de gemeenschap duidelijk en overzichtelijk bijeen te brengen. Zo behandelt ze thema’s als goed burgerschap, deelname aan de politieke systemen, onderwijs en het gebruik van rente. Zo stelt El Jundi bij het thema ‘burgerschap’, dat volgens de islamitische geleerden de meeste moslimminderheden al lang behandeld worden als alle andere burgers. En dus moet iemand die “onder het dak van bepaalde rechten en plichten leeft”, zich gewoon aanpassen aan die maatschappij, aldus El Jundi. Dit uiteraard wel “met behoud van de eigen identiteit”. Volgens El Jundi zijn er goede regelingen voor minderheden in met name de niet-islamitische landen in de wereld. Wat betreft de legitimiteit van de participatie van moslims in niet-islamitisch politiek systeem, is El Jundi van mening dat het deelnemen aan verkiezingen goedgekeurd wordt door het grootste deel van de geleerden. “Het is belangrijk vertegenwoordigers te kiezen die voor de belangen van de samenleving opkomen. Dat is zeker niet in strijd met de islamitische fundamenten”. De studie wijst er ook op dat moslims in niet-islamitische landen hun identiteit kunnen behouden, juist door hun stem te laten horen. De aankoop van huizen met rente is een ander heikel punt. El Jundi betoogt dat dit volgens de Hanafitische jurisprudentie is toegestaan, omdat de meeste niet-islamitische landen nu eenmaal geen islamitische banken hebben. De moslim moet zoveel mogelijk in de mogelijkheden die het land biedt, meegaan. Wel pleitte El jundi ervoor dat moslims in de niet- islamitische landen in de gelegenheid gesteld worden hun erediensten te houden en het familierecht te praktiseren. Ook over de wetenschappelijke opvoeding van de islamitische jeugd in de Westerse wereld is El Jundi duidelijk. Hij stelt dat het zelfs een verplichting is kinderen kennis te laten maken met gebieden als de geneeskunde, techniek, chemie en fysica. “De bestudering van religie is de verantwoordelijkheid van de islamitische gemeenschap zelf “. © Nioweb
Gerelateerde artikelen: |
|





