Door: Noureddine Steenvoorden Ik liep de als enigszins radicaal bekend staande moskee achter de markt binnen en deed mijn kleine gebed van de moskee. Vervolgens ging ik zitten en pakte ik het kleine plastic tasje dat naast me lag. Ik begon te bladeren in de twee boeken die ik net gekocht had in de zeer plezierig gevulde boekenhandel van de moskee. Een exemplaar van ‘The Atlas of the Quran’ en een kopie van Imam An Nawawie’s ‘40 Hadith’ (wat eigenlijk 42 overleveringen blijken te zijn) met aantekeneningen van sheikh ‘Uthaymeen. Terwijl ik de eerste overlevering las (‘de daden worden beoordeeld op basis van de intentie’) en het Arabisch origineel op de overliggende pagina probeerde te ontcijferen, kwam er een tsunami aan kinderen naar beneden gerend. Blijkbaar was de les voorbij en werden ze allemaal naar het gebed gedirigeerd. Zonder begeleiding. Een aantal kleine dames met hoofddoek, kleinere hoofddoek of geen hoofddoek, rende om en om van de ene hoek van de gebedsruimte naar de andere, onderwijl schreeuwend, fluisterend en gebarend. Een piepklein jongetje op adidassneakers en met een klein bomberjack aan, wilde naar binnen lopen en werd door een net iets groter meisje met halve hoofddoek en kousenvoeten opgetild. Althans, dat probeerde ze, maar het minimannetje zette het op een brullen. Ondertussen rende er een andere kleine schreeuwerd langs me. Hij hopte richting de microfoon en begon een vrolijk swingend ‘Allahoe akbar’ de ether in te gooien. Wat wenkbrauwen gingen omhoog, maar geen actie werd verder ondernomen. Het jongetje stopte halverwege vanzelf en rende mijn kant op. ‘Meneer? Assalamoe aleikoem. Bent u Nederlands?’ Hmm. Dat was interessant. Nooit eerder was ik dergelijke chaos tegengekomen na de les, in een moskee, en al helemaal niet van deze statuur en reputatie. Maar zijn vraag was wel raak. Je kunt je misschien afvragen waarom deze vraag raak was, maar dat komt simpelweg omdat je als Nederlandse moslim meestal andere vragen krijgt, bijvoorbeeld:
Dit jongetje was tevreden met het antwoord en leek zich over mijn ‘ja’ in het geheel niet te verbazen. Hij bekeek vervolgens geïnteresseerd wat ik aan het lezen was. ‘Kunt u dit lezen, meneer?’ Hij zag duidelijk dat ik er moeite mee had en besloot me te helpen. ‘Het Nederlands leest u hier’ en hij wees met zijn vinger de inhoud van de overlevering aan ‘en het Arabisch wat er boven staat betekent hetzelfde’. Stilte. ‘Zal ik u helpen?’ Behoedzaam spelde hij de letters een voor een en wachtte tot ik hetzelfde deed. Vervolgens herhaalde hij het geheel op spreeksnelheid: ‘Inna maa alaa ‘amaaloe bin niyyaati’ (geloof ik - het blijft lastig leeswerk), om uiteindelijk weer gillend rond te gaan rennen. Een hoogst merkwaardige maar plezierige ontmoeting. Ik ben benieuwd hoe dit kleine broertje zich heeft ontwikkeld over 20 jaar. © Nioweb
Gerelateerde artikelen: |
|





